Doelen
De deelnemer kan nieuwe woordenschat consolideren.
Instructies
- Verdeel de groep in duo’s die tegenover elkaar staan.
- Leg uit dat elke deelnemer een stapel onzichtbare kaarten in zijn/haar hand heeft, genummerd van één tot tien.
- Beide deelnemers in een duo draaien tegelijk een kaart van hun onzichtbare stapel om en leggen die op een onzichtbare stapel tussen hen in.
- Tegelijkertijd zeggen beide deelnemers het getal op hun kaart hardop.
- Als ze allebei hetzelfde getal zeggen, krijgen ze een punt.
- Het eerste duo dat drie punten heeft, wint.
Variant
- Maak het een beetje moeilijker door de figuren (koning, koningin en boer) toe te voegen.
- In plaats van getallen kan je de woordenschat van een behandeld onderwerp gebruiken, bijv. maanden, alfabet, de thuislanden van de leerlingen, voedsel, kleuren, dieren…